Casus: Die vliegen zijn van mij

“Die vliegen, die zijn van mij”

Erica vertelt openlijk over het feit dat ze bijna altijd een negatief oordeel over zichzelf en anderen heeft.  Ze betrekt signalen die de ander geeft op zichzelf vanuit een negatieve invalshoek: “zie je wel ik ben niet goed, niet leuk…”. Hiermee wordt het negatieve zelfbeeld bevestigd. Erg vermoeiend voor haar en ze is het zat!

Het paard, dat aan de andere kant van de bak stil stond, komt tijdens haar verhaal 2x langs haar gelopen. “Kijk, zoals bij het paard. Als hij wegloopt denk ik meteen: zie je wel, ik ben niet interessant”.

Ik vraag haar de bak in te stappen en op haar manier contact te maken met het  paard. Wanneer ze contact ervaart, vraag ik haar in het contact te blijven en naar het paard te kijken, te observeren, zonder oordeel over het paard. Ze staan dichtbij elkaar. Zij is naast zijn hoofd gaan staan en ze aait hem voortdurend. Ze veegt de vliegen bij zijn ogen vandaan. Hij duwt zijn hoofd tegen haar aan. Zij doet een stapje opzij, houd haar focus op zijn hoofd. Zij aait, hij duwt en zwaait met zijn hoofd. “Het contact is onrustig en oncomfortabel” omschrijft Erica.

Ik nodig haar uit te experimenteren met haar plek. Wat onwennig komt ze uit aan de zijkant van het paard en haar blik glijdt over het hele paard en de omgeving. Ze aait in een langzamer tempo, hij laat zijn hals naar beneden zakken en blijft stil staan. Er is meer rust in het contact en Erica ervaart dit als comfortabel; “heerlijk zo, geen oordeel en rust, dat voelt veel lichter”.

Nu nodig ik haar uit om naar zichzelf te ‘kijken’ en ook hierin geen oordeel te vellen. “Oké” klinkt het wat weifelend. Het paard loopt een meter of 3 bij haar vandaan en staat stil. Erica richt haar aandacht op zichzelf en na een minuut of twee loopt het paard met een cirkel om haar heen, gaat achter haar staan waarbij hij haar precies weer aan de zijkant van zijn lichaam plaatst. Erica glimlacht en het paard  komt dichterbij, tot ze weer vlakbij elkaar staan in precies dezelfde positie als voorheen, zij aan de zijkant van het paard.

Ik vertel haar over de positie van de leidende merrie aan de voorkant van de paardenkudde en de veulenpositie aan de zijkant van het paard. Nadat ik dat vertel reageert ze als volgt. “Controle, dat is het!  Ik probeer in alle situaties controle te houden door na te denken en nog eens te overdenken.” Waar ze aan de voorkant van het paard de controle probeerde te houden, voelt ze die drang niet meer aan de zijkant van het paard. “Klinkt misschien raar, maar op een gegeven moment ging er door me heen dat het paard bij me aangaf ‘joh, die vliegen, die zijn van mij’. En zo is het ook in de dagelijkse praktijk; ik mag het bij de ander laten”. Er volgt een lach en ontspanning op haar gezicht.

Op dat moment begint het paard tegen het draad aan te duwen, hij wil de ring uit. Erica lacht, laat hem gaan en voelt de energie door zich heen stromen wanneer het paard weg galoppeert.  “Zo, dat is een vrij gevoel!”